Uitgevers, drukkers, producenten van hygiënepapier en andere eerste ontvangers vullen het fonds dat ervoor zorgt dat de oudpapierstroom niet wordt onderbroken in tijden dat het oudpapier niet veel waard is. Uit het fonds worden gemeenten gecompenseerd als de oudpapierinzameling verliesgevend is.
Het doel is dat gemeenten oudpapier bij huishoudens blijven inzamelen en altijd kwijt kunnen. Zodat verderop in de keten, bij de papier- en kartonfabrieken, geen gebrek aan de grondstof oudpapier kan ontstaan.
De bedrijven of te wel eerste ontvangers die het fonds vullen, zijn:
Eerste ontvangers zijn wettelijk verplicht deel te nemen aan het systeem van PRN. Ook zijn zij verplicht zich zelf aan te melden bij PRN. U kunt de brochure over het systeem van PRN bekijken en downloaden.
Als uw bedrijf als eerste ontvanger actief is in één van deze sectoren, is zij verplicht een heffing te betalen om het fonds te vullen. Als dat nodig is: een heffing (of afvalbeheersbijdrage) wordt alleen opgelegd bij lage oudpapierprijzen of te wel een deficit. Het is dus geen permanente heffing of verwijderingsbijdrage: van april 2004 t/m 2008 is geen heffing opgelegd. Het systeem voorkomt dus onnodige fondsvorming, wat het kostenefficiënt maakt. De heffing is een bedrag per ton papier en karton, die u doorbelast aan uw klanten.
De heffing of afvalbeheersbijdrage op nieuw papier en karton (uitgezonderd verpakkingen van papier en karton) is door het ministerie van VROM algemeen verbindend verklaard. Dit betekent dat u en alle andere eerste ontvangers verplicht zijn om aan het systeem van PRN deel te nemen en de heffing moeten betalen. Ook als uw onderneming geen lid is van de organisaties die het Papiervezelconvenant hebben ondertekend. Goedkeuring van de NMa maakt dat het systeem van PRN definitief is goedgekeurd.
U kunt de Algemeen Verbindend Verklaring bekijken en downloaden.
De bij PRN aangesloten papiergroothandel die nieuw papier en karton op grote schaal doorverkoopt aan derden, int de heffing of afvalbeheersbijdrage bij haar afnemers namens het Verwijderingsfonds.