Logo kringloop papier/karton

Geen permanente heffing: daarom PRN

Geen evenwicht in vraag en aanbod oudpapier betekent minder hergebruik

Al meer dan 80 jaar gebruikt de papier- en kartonindustrie oudpapier en -karton (OPK) als secundaire grondstof. OPK is dus een economisch waardevolle en belangrijke grondstof.

Maar dan moet de industrie kunnen beschikken over een min of meer constante toevoer van OPK. Dat is echter lastig. De prijs van OPK komt tot stand door vraag en aanbod, wordt economisch gedreven. En het gaat om grote hoeveelheden. De OPK-markt is mondiaal: afhankelijk van mondiale invloeden. De ontwikkelingen in deze markt zijn onvoorspelbaar. Vaak grote veranderingen in vraag en aanbod van OPK volgen elkaar in hoog tempo op, met schoksgewijze prijsschommelingen en prijsverschillen als gevolg van tekorten en overschotten.

Behalve de industrie hebben ook gemeenten en oudpapierondernemingen belang bij een constante toevoer van OPK. Gemeenten lopen het risico te blijven zitten met het ingezamelde OPK als er onvoldoende marktvraag is (bij een lage of negatieve economische waarde), of zij moeten bijbetalen om ervan af te komen. En oudpapierondernemingen lopen het risico dat zij OPK moeten opslaan bij onvoldoende marktvraag, met het risico van overvolle opslagplaatsen.

In zo’n situatie zal de inzameling bij huishoudens inzakken. Het duurt lang tot die weer op niveau is. Een ongewenste situatie voor alle schakels in de keten van inzameling en hergebruik, en voor het milieu. Uit de behoefte en noodzaak van een evenwichtige vraag en aanbod van oudpapier en -karton is PRN ontstaan.

Papiervezelconvenant brengt noodzakelijk evenwicht

Met het doel de inzameling van brongescheiden OPK uit huishoudens te waarborgen en optimaliseren is het Papiervezelconvenant gesloten. Partijen zijn PRN en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Gemeenten die bij PRN zijn aangesloten, worden ook in tijden van lage opbrengstprijzen van OPK niet geconfronteerd met de kosten van bewerking en opslag van het ingezamelde OPK. Ook zijn de gemeenten ervan verzekerd dat zij het huishoudelijk oudpapier kwijt kunnen.

Papiervezelconvenant: lage kosten, optimaal resultaat

Het eerste Papiervezelconvenant werd in 1998 overeengekomen, en is daarmee al 15 jaar een succesvolle vorm van zelfregulering door het bedrijfsleven. Het hergebruik van OPK is sinds 1991 gestegen van 58 naar 86 procent in 2014. Een gemiddelde toename van 1,1% per jaar.

In 2006 is het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton in werking getreden. 1 januari 2015 is het nieuwe Besluit beheer verpakkingen 2014 in werking getreden. Het besluit legt producentenverantwoordelijkheid vast voor de inzameling en herverwerking van verpakkingen, waaronder die van papier en karton (artikel 4). De financiering loopt via de Afvalbeheersbijdrage Verpakkingen, die wordt geïnd door Afvalfonds Verpakkingen. Producenten en importeurs die verpakkingen in Nederland op de markt brengen, betalen deze afvalbeheersbijdrage, waaruit de inzameling en herverwerking van verpakkingen worden betaald. Lees meer over de Verpakkingenregeling.

Daarom PRN

PRN: lage kosten, hoog milieurendementIn het Besluit staat ook een artikel over grafische (en overige) toepassingen van papier en karton (artikel 5), dat de basis vormt voor producentenverantwoordelijkheid voor grafisch papier en karton. Dit artikel 5 is niet in werking getreden. Dit betekent dat er geen permanente afvalbeheersbijdrage in de zin van het Besluit bestaat voor grafisch en overig papier en karton ('niet-verpakkingen'): producenten en importeurs betalen geen € 22,00 per 1.000 kilogram. Grafisch papier en karton – kranten, tijdschriften, folders – vormt 77% van de huishoudelijke oudpapier- en kartonstroom.

Er bestaat wel producentenverantwoordelijkheid op grond van het Papiervezelconvenant. Daarmee kent Nederland producentenverantwoordelijkheid voor de stroom papier en karton in huishoudens. De financiering van het Papiervezelconvenant gebeurt door middel van een heffing ofwel afvalbeheersbijdrage wanneer dat nodig is om het fonds te vullen waaruit gemeenten worden gecompenseerd in tijden van een ketendeficit. Ook kan een heffing worden opgelegd ter dekking van de systeemkosten van PRN en het Verwijderingsfonds (SVF).

Sinds 1998 is 10 keer een heffing opgelegd bij de (verplicht) deelnemende sectoren en bedrijven aan het Papiervezelconvenant. Omdat een heffing alleen wordt opgelegd in geval van een ketendeficit en ter dekking van systeemkosten, dus als het nodig is, kunnen de kosten voor uitvoering van het kringloopsysteem zo laag mogelijk blijven. De laatste heffing was in het eerste kwartaal van 2016, de hoogte van die heffing was € 3,00 per 1.000 kg papier/karton. De hoogte van de heffing varieert en is afhankelijk van het bedrag dat tijdelijk door PRN gefinancieerd moet worden.

Zonder Papiervezelconvenant zou artikel 5 van het Besluit in werking zijn getreden. En zouden producenten en importeurs die nu onder het convenant af en toe een heffing betalen, permanent een heffing betalen en duurder uit zijn dan onder het Papiervezelconvenant. En zouden zij meebetalen aan de inzameling en herverwerking van verpakkingsafval dat vrijkomt bij huishoudens. Zonder PRN geen Papiervezelconvenant. Het Papiervezelconvenant is dus met recht een oplossing met lage kosten en hoog milieurendement te noemen.

Brochure PRNMeer informatie? Bekijk en download de brochure van PRN (het systeem van inzamelen, herverwerken, monitoring, financiering).