Heffing eerste kwartaal 2026
Het Algemeen Bestuur van de Stichting Verwijderingsfonds (SVF), de financiële tak van het PRN-systeem, heeft het tarief voor de jaarlijkse heffing vastgesteld. Vorig jaar zag het Algemeen Bestuur van de Stichting Verwijderingsfonds (SVF) door zorgvuldige kostenbeheersing en opgebouwde reserves gelegenheid om éénmalig een lager heffingstarief van € 2,50 per 1.000 kg op te kunnen leggen in plaats van de begrote € 3,27. Op basis van de begroting voor 2026, stijgende systeemkosten door inflatie en minder tonnage waarover de heffing verspreid kan worden heeft het bestuur het tarief voor Q1 volgend jaar vastgesteld op € 3,65. Ook dit jaar kunnen we gezien de reserves en verwachte positieve exploitatie over 2025, mede bijvoorbeeld door de inspanningen om free-riders op te sporen, de heffing verlagen met € 0,40. De heffing over Q1-2026 is daarom vastgesteld op € 3,25 per 1.000 kg nieuw op de markt geplaatst / geïmporteerd papier en/of karton voor niet-verpakkingen (exclusief btw).
PRN en het PRN-systeem
Producenten en importeurs die papieren en kartonnen producten op de markt zetten, zijn verantwoordelijk voor het afvalbeheer daarvan. Gemeenten en bedrijfsleven werken samen om jaarlijks minimaal 75% van de op de markt gebrachte niet-verpakkingen van papier en karton te recyclen. In het Papiervezelconvenant zijn hierover afspraken gemaakt. Met het convenant zorgen de papier- en kartonketen en de gemeenten voor een goed en altijd functionerend recyclingsysteem. 81% van het in Nederland op de markt gebrachte papier en karton wordt ingezameld en hergebruikt.
PRN geeft uitvoering aan de afspraken uit het Papiervezelconvenant. Doelstelling van PRN is om de inzameling en het hergebruik van oudpapier continu op een zo hoog mogelijk niveau te houden en te stimuleren. PRN meet de recycling van niet-verpakkingen en rapporteert daarover aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. PRN biedt daarnaast een garantie voor het geval dat de recyclingmarkt niet optimaal functioneert. Het PRN-systeem is door de overheid verplicht gesteld door middel van een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV).
Aan het PRN-systeem zijn kosten verbonden, de operationele kosten van PRN en SVF, deze kosten worden aan de eerste ontvangers van papier en karton, niet zijnde verpakkingen, in rekening gebracht (de recyclingbeheerbijdrage).
Verplichte bijdrage
Eerste ontvangers van papier en karton, niet zijnde verpakkingen, zijn verplicht de recyclingbeheerbijdrage door te berekenen aan hun afnemers. Bedrijven die hun papier in Nederland inkopen bij de papiergroothandel betalen de recyclingbeheerbijdrage via de factuur van deze groothandel. De andere bedrijven ontvangen een factuur van SVF en betalen de recyclingbeheerbijdrage in 2026. Ter voorkoming van misverstanden: deze recyclingbeheerbijdrage voor papier en karton heeft niets te maken met de afvalbeheerbijdrage van Stichting Verpact (zie: www.verpact.nl).
Bent u als gemeente aangesloten bij PRN?
Meld u vóór 1 december 2025 aan voor het Vervuilingsonderzoek oudpapier Q4 2025/Q1 2026.
Stichting Papier Recycling Nederland (PRN) en onderzoeksbureau De AfvalSpiegel nodigen uw gemeente uit om te participeren in het PRN Vervuilingsonderzoek. U kunt één of meerdere monsters laten nemen uit het in uw gemeente ingezamelde oudpapier. Hiermee krijgt u inzicht in de samenstelling van het oudpapier in uw gemeente en hoe deze samenstelling zich verhoudt tot de rest van Nederland. Het voordeel voor PRN is dat uw participatie de representativiteit van het onderzoek verbetert.
Het PRN Vervuilingsonderzoek
PRN doet sinds 2001 periodiek onderzoek naar de productvreemde vervuiling in huishoudelijk papier en karton. Deze vervuiling bestaat uit materialen die niet geschikt zijn voor de productie van nieuw papier en karton en papier en karton dat niet schoon en/of droog is. Dit zijn onder andere kunststoffen, etensresten en drankenkartons, maar ook geplastificeerd papier of vervuilde pizzadozen. Het onderzoek wordt sinds 2019 uitgevoerd door De AfvalSpiegel in opdracht van PRN, mede gefinancierd door Verpact.
Doel van het onderzoek is drieledig:
In Q4 van 2025 en Q1 van 2026 worden bij 25 gemeenten monsters getrokken en geanalyseerd, voor een totaal van 50 monsters. Aanvullend worden vanaf dit jaar ook 6 monsters genomen van oudpapier ingezameld via milieustraten. De monsters van gemeenten die ervoor kiezen om te participeren in het onderzoek zijn additioneel op de geplande 56 monsters. De onderzoeksresultaten worden medio 2026 gepubliceerd.
Vorige onderzoeksrapporten zijn hier te vinden: https://prn.nl/prn-en-het-prn-systeem/prn/rapportage/
Propositie participatie door gemeenten
Uw gemeente kan voor €2.200.- (ex. BTW) per monster participeren in het onderzoek. U kunt meerdere monsters laten trekken. U kunt zich tot 1 december 2025 aanmelden bij De AfvalSpiegel via Onderzoek productvreemde vervuiling papier en karton. Er geldt een maximum van 25 gemeenten. PRN haalt geen financieel voordeel uit uw deelname.
De AfvalSpiegel organiseert het willekeurig trekken van de monsters en de analyse. Zodra de bij uw gemeente afgenomen monsters zijn geanalyseerd ontvangt u daarvan de resultaten. Zodra het onderzoeksrapport van het vervuilingsonderzoek wordt gepubliceerd, ontvangt u een vergelijking met de gemiddelde onderzoeksresultaten.
PRN, Verpact en De AfvalSpiegel zullen de informatie van individuele gemeenten nooit herleidbaar publiceren. De monsterresultaten worden enkel meegenomen in de gemiddelden die gepubliceerd worden in het onderzoeksrapport. Het staat uw gemeente wel vrij uw resultaten te publiceren.
81% van het nieuw op de Nederlandse markt gebrachte papier en karton (niet- verpakkingen) is in 2024 ingezameld en gerecycled. Op Europees niveau was het percentage papierrecycling in dat jaar 75,1%. De wettelijke recyclingdoelstelling voor niet-verpakkingen van papier en karton in 2024 is hiermee ruimschoots gehaald.
Lees hier de volledige rapportage:
Over PRN
PRN is de collectieve uitvoeringsorganisatie van producentenverantwoordelijkheid voor niet-verpakkingen van papier en karton. Zij behartigt de belangen van de (oud)papier- en karton- keten voor de categorie niet-verpakkingen van papier en karton.
PRN onderhoudt met het zelfregulerende recycling-beheersysteem al 28 jaar een vangnet voor de papierkringloop. Dit vangnet garandeert dat het brongescheiden aangeboden en ingezamelde oudpapier, zijnde niet verpakkingen, uit particuliere huishoudens onder alle marktomstandigheden van de bij PRN aangesloten gemeenten wordt afgenomen en gerecycled. Dit ook in tijden van overschotten en daarmee gepaard gaande lage prijzen op de internationale markt voor oudpapier.
Deze garantie aan gemeenten vormt de kern van het Papiervezelconvenant tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en PRN. PRN treedt daarin op als vertegenwoordiger van de Nederlandse papier- en kartonindustrie, de oudpapierondernemingen, de Nederlandse papier en karton verwerkende industrie en de Nederlandse uitgevers en drukkers.
PRN krijgt regelmatig de vraag hoe vaak papier en karton te recyclen is. Papier en karton is veel vaker te recyclen dan vaak wordt gedacht. Recycling kan wel 25 keer zonder kwaliteitsverlies én met behoud van sterkte. De vaak genoemde recyclinglimiet van 7 keer is onjuist. Dit blijkt uit onderzoek van de Technische Universität Darmstadt.
(Bron: TUDA Mehrfachen Recycling.pdf/Technische Universität Darmstadt 2020).
Meervoudig recyclen van papiervezels
Net als in Nederland is de Duitse papierindustrie sterk afhankelijk van oudpapier: ruim 74%
van alle gebruikte vezelstoffen bestaat uit oudpapier.
Omdat de productie van grafisch papier daalt en de productie van verpakkingspapier juist toeneemt heeft dit gevolgen voor het recyclingsysteem. Er komen steeds minder verse vezels uit de grafische sector terecht in de verpakkingspapieren. Als de vaak herhaalde bewering waar zou zijn dat vezels slechts 7 keer gerecycled kunnen worden, zou dit op termijn tot een instorting van het recyclingsysteem leiden, omdat er dan te weinig nieuwe vezels zouden worden toegevoegd. Onderzoek toont aan dat deze recyclinglimiet niet klopt.
Het Duitse onderzoek toont aan hoe vaak papiervezels – specifiek voor golfkarton – gerecycled kunnen worden en welke factoren hun kwaliteit beïnvloeden. Daarbij zijn vijf soorten ruw golfkarton en een representatieve papiersoortenmix getest. Er zijn laboratoriumproeven, pilotproeven en modelstudies uitgevoerd.
Belangrijkste resultaten:
Conclusie
Papiervezels kunnen aanzienlijk vaker worden gerecycled (tot wel 25x) dan vaak wordt aangenomen. De kwaliteit en sterkte blijven ook na meerdere recyclingscycli behouden, mits goed wordt omgegaan met vulstoffen en zetmeeltoepassing. Dit onderstreept het grote potentieel van oud papier als duurzame grondstof voor verpakkingsmaterialen.
Zowel op laboratorium- als op pilotschaal is aangetoond dat vezelmateriaal veel vaker dan de vaak genoemde 7 keer kan worden gerecycled, zonder noemenswaardig kwaliteitsverlies of onbruikbaarheid. De technische beperking in het aantal recyclingsrondes hangt dus niet af van de vezelkwaliteit, maar vooral van vulstof- en vezelverliezen tijdens het proces. Een ineenstorting van het recyclingsysteem door “te vaak gebruikte” vezels is daarom niet te verwachten.
De werkelijke uitdagingen liggen elders: in ongeschikt verpakkingsontwerp, het niet goed scheiden van oudpapier en het gebruik van materialen die slecht recyclebaar zijn en bij de verwerking van oud papier tot problemen of verliezen leiden.
Een ineenstorting van het recyclingsysteem door “te vaak gebruikte” vezels is niet te verwachten. De echte uitdagingen liggen in:
Samenwerking in de keten
Om papiervezels zo lang mogelijk in de kringloop te houden, is nauwe samenwerking nodig tussen alle schakels in de keten: papierproducenten, verwerkers, leveranciers van chemicaliën en coatings, verpakkingsgebruikers én de inzamelaars en sorteerders van oud papier.
In Nederland wordt bijna 90% van het oudpapier gerecycled. Qua inzameling én hergebruik van oudpapier behoort Nederland tot de absolute wereldtop!
De kwaliteitscriteria voor het in Nederland huishoudelijk ingezamelde oudpapier zijn vastgelegd in de PRN-Scheidingswijzer ‘Papier en Karton’. Deze scheidingswijzer biedt duidelijke richtlijnen voor een optimale inzameling, waarbij de nadruk ligt op het aanleveren van papier en karton dat zowel schoon als droog is. Een correcte scheiding aan de bron draagt direct bij aan de kwaliteit van het gerecyclede materiaal en versterkt de efficiëntie van het recyclingproces.
Bron:
Forschungsvereinigung „Kuratorium für Forschung und Technik der Zellstoff- und Papierindustrie im VDP e.V/TUDA Mehrfachen Recycling.pdf/Technische Universität Darmstadt 2020).
Veel Rotterdammers zullen het straatbeeld van kartonnen dozen naast de container herkennen. Afval naast de containers noemen we naastplaatsingen. Bewoners gaan ervan uit dat containers vol zijn en zetten hun afval direct naast de container. Deze naastplaatsingen zijn een directe veroorzaker van zwerfafval omdat het afval buiten de container wegwaait of verplaatst wordt door stadsdieren.’ (Bron: gemeente Rotterdam/OPK-aanbevelingenrapport)
Inzameling en afvalscheiding werkt in gebieden met veel hoogbouw namelijk net even anders dan in (minder stedelijke) gebieden in Nederland. Het stelt de gemeente voor grote uitdagingen zoals overlast door plaatsing van papier en dozen naast de containers, (grof) afval op straat en gesloopte vuilnisbakken door de jacht op blikjes en flesjes met statiegeld.
We waren al een tijdje benieuwd naar ‘de grote stad’ én de uitdagingen rondom oudpapier en -karton (OPK).

De gemeente Rotterdam kampt namelijk met een aantal deelproblemen:
‘Er zit niet alleen papier en karton in ons restafval dat zich in de verkeerde container/afvalstroom bevindt. Ook in de OPK containers vinden we veel vervuiling. Gemiddeld komt de vervuiling voor de gemeente Rotterdam uit op 4,3%.
Het landelijke percentage ligt op 2,5% (onderzoek De AfvalSpiegel in opdracht van PRN 2023/2024). ‘
Na een aantal inspirerende online ontmoetingen tussen PRN en Naomi van de Plas (Projectbeheerder Wijkbetrokkenheid Schone Circulaire Stad) en de drijvende kracht achter het aanbevelingenrapport ‘OPK inzameling in Rotterdam’ om de inzameling en scheiding van oud papier en karton te verbeteren, vonden we het tijd om elkaar eens in ‘real life’ te ontmoeten en van gedachten te wisselen over de aanbevelingen uit dit OPK-rapport.
Tijd voor een tochtje naar het Kleinpolderplein voor een ontmoeting met Naomi van der Plas (Projectbeheerder Wijkbetrokkenheid Schone Circulaire Stad en Daan Vermeer (Programmamanager Grondstoffennota).
Na een hartelijke ontvangst kregen we een kijkje in de dagelijkse praktijk van Rotterdam zoals naastplaatsingen, zwerfval, de Grondstoffennota 2023-2026, het OPK-aanbevelingenrapport en het herontwerp van containers.
Naomi:
‘Rotterdam richt zich de komende jaren op meer en kwalitatief beter gescheiden grondstoffen. Ze zetten in op een hoogwaardige verwerking van grondstoffen en op het verminderen van het restafval. (doelstelling Grondstoffennota 2023-2026). De communicatie met bewoners (via onder andere containeradoptanten) levert een waardevolle bijdrage aan het in kaart brengen van uitdagingen rondom de inzameling van het afval.’
Daan:
‘Met het onderzoek van Naomi hebben we een mooie basis om te werken aan het verbeteren van de inzameling en de hoeveelheid gescheiden papier & karton op twee vlakken; het informeren van bewoners en het beschikbaar maken en houden van de papiercontainers.’
Herontwerp container
Een van de oorzaken van naastplaatsingen is de toename van online bestellingen. De stroom kartonnen dozen is enorm gegroeid. Veel dozen belanden helaas naast de containers in plaats van erin.
Later dit jaar wordt daarom uitgebreid aandacht besteed aan de juiste scheiding van papier via de campagne ‘Papier in de papierbak’ (na de succesvolle Rotterdamse glascampagne ‘Glas in de glasbak).’
De boodschap kan niet duidelijker. In de campagne wordt gefocust op het aanbieden van dozen in kleine stukken. Naastplaatsingen zijn namelijk een direct gevolg van klemmende containers. Grote stukken karton zorgen voor klemmingen. Vooraf kleiner maken van karton voorkomt dit. Ook een herontwerp van de containers waardoor klemmingen voorkomen worden kan het probleem van naastplaatsingen oplossen.
Het huidige ontwerp containers is niet ingericht op grote dozen. Grote dozen passen niet altijd in de papiercontainer. Dit probleem zien we echter niet alleen in Rotterdam maar in heel Nederland. Mede daarom is er gewerkt aan een nieuw en innovatief ontwerp voor de afvalcontainers in de gemeente. Samen met het Rotterdamse ontwerpbureau Spark design & Innovation worden er containers ontwikkeld die niet alleen moderner zijn, maar vooral bruikbaar en toegankelijk voor iedereen. Het doel is om afval scheiden en weggooien eenvoudiger en prettiger te maken voor alle Rotterdammers. De ontwerpen zijn samen met collega’s uit de praktijk, containeradoptanten en 010-toegankelijk ontstaan en verbeterd. De verwachting is dat het ontwerp dit jaar definitief is zodat de containers daarna kunnen worden aanbesteed, in productie genomen en uiteindelijk geplaatst kunnen worden.
Uit het PRN vervuilingsonderzoek blijkt dat er grote verschillen zijn tussen gemeenten als we kijken naar de vervuiling van het oudpapier en -karton. Het OPK-aanbevelingenrapport van de gemeente Rotterdam laat zien dat er ook grote verschillen zijn per wijk. Een lokale en intensieve samenwerking met bewoners en bedrijven is daarom gericht op het schoonhouden van de straten en de wijk. Soms is er gewoon een gebrek aan informatie over afvalscheiding. De PRN-scheidingswijzer Papier en Karton is een handige wel/niet lijst die bewoners als geheugensteuntje kunnen gebruiken bij het scheiden van papier en karton. Veel mensen weten niet dat alleen schoon en droog papier geschikt is voor recycling. Vies en nat papier mag daarom niet in de papierbak en hoort bij het restafval. Gemeenten kunnen de PRN- scheidingswijzer rechtenvrij gebruiken in hun communicatie naar bewoners. De bestanden zijn in diverse formaten te downloaden van de PRN-website.

Stimuleren van bewonersparticipatie
‘Uit het OPK-onderzoek blijkt het volgende over het stimuleren van participatie:
‘Als inwoners zich betrokken voelen bij hun buurt, blijft het schoner. Buren die zien dat andere bewoners zich inzetten om de straat schoon te houden hebben minder de neiging de openbare ruimte te vervuilen want de buitenruimte is niet meer anoniem. Door eigenaarschap wordt het ‘onze’ straat en die houden we met elkaar schoon. Het creëren en stimuleren van betrokkenheid bij het onderhoud van de buitenruimte is daarom een belangrijke opdracht voor elke gemeente.’
Een Rotterdams voorbeeld in deze lijn is containeradoptie. Containeradaptanten zijn bewoners uit de wijk die als missie hebben de omgeving naast de container zo schoon mogelijk te houden, bijplaatsingen te voorkomen en de dozen in de container te doen.
Naomi:
‘Bewoners kunnen een container adopteren en ons helpen de containers te onderhouden. Als zij in het bezit zijn van een containersleutel kunnen zij klemmingen via de achterzijde van de container doorduwen en zullen problemen rondom klemmingen en naastplaatsingen zich sneller oplossen.’
Inmiddels zijn er zo’n 1600 aangemelde bewoners. Hiervan zijn 29 adoptantnummers gekoppeld aan een bedrijfsmatig mailadres. Ook de wijkraden hebben een sleutel ontvangen, Naar waarschijnlijkheid is de groep sleutelbezitters in Rotterdam nog groter.
De samenwerking met het grote aantal containeradaptanten zorgt ervoor dat er zo min mogelijk papier bijgeplaatst wordt. Op dit moment wordt een aantal nieuwe containers getest door containeradoptanten. De gemeente Rotterdam is zich ervan bewust dat de houding en het gedrag van de ‘Rotterdammer’ een grote rol speelt bij het verminderen van restafval en het schoonhouden van de stad.
Samen met de bewoners van onze gemeente spelen we een rol in het verminderen van restafval, het schoonhouden van de omgeving, en het behalen van onze circulaire ambities. Dit vraagt om bepaald gedrag en houding van de Rotterdammer. Om te zorgen voor gewenst gedrag, moet op alle drie de aspecten: motivatie, capaciteit en gelegenheid, positief gescoord worden.
Met het ‘Actieplan2025 SamenSchoonR’ doet de stad er alles aan om Rotterdam zwerfvuil te verminderen.
Naast het herontwerp van de container kan de PRN-scheidingswijzer Papier en karton snel en eenvoudig bijdragen aan de behoefte van bewoners aan praktische informatie. De wel/niet-lijst geeft een duidelijk overzicht van wat er wel en niet bij het oudpapier en -karton mag. Alleen schoon en droog papier alstublieft. Nat en vies papier kan namelijk niet gerecycled worden.
‘Papier in de papierbak’ De boodschap kan niet duidelijker.
Dankjewel Naomi van der Plas en Daan Vermeer voor dit open gesprek. We zijn erg benieuwd naar de resultaten van de papiercampagne.
Hielke van den Brink/Karin Jonkers
Een schone en droge oudpapierstroom is de basis van een efficiënt recyclingproces. Gooi niet zomaar alles in de oudpapierbak. Met goed scheiden van oudpapier herwinnen we grondstoffen en wordt vervuiling tegengegaan. Naast de Scheidingswijzer Papier en Karton heeft PRN ook een ander communicatiemiddel ontwikkeld om deze boodschap te verkondigen: een animatiefilm.
Oudpapier is schoon en droog wanneer het grotendeels vrij is van productresten, vloeistoffen en andere materialen dan papier. Kleine materiaalonderdelen, zoals kunststof tape of vensters, of lichte vlekken of droge voedselresten na het leegschudden van een verpakking verstoren het recyclingproces niet en mogen bij het oudpapier. Let dus goed op wat je weggooit en draag bij aan een circulaire economie.
Begin dit jaar heeft Staatssecretaris Jansen (Openbaar Vervoer en Milieu) het ontwerp-CMP gepubliceerd. Later dit jaar treedt het definitieve CMP in werking, als opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3).
Waar LAP3 het beleid voor traditionele afvalactiviteiten beschrijft zoals inzamelen, recyclen, verbranden en storten, gaat het CMP een stap verder. Naast de behandeling van onderwerpen uit het LAP3 en betrokken partijen bij het afvalbeheer, richt het CMP de aandacht op alle stappen in de keten. Daarmee probeert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) de informatievoorziening te verbeteren en te sturen op hoogwaardige verwerking van afvalstromen.
Hoewel PRN de ambitie steunt om tot een beleidskader te komen, zet PRN vraagtekens bij het voorgestelde CMP, als basis voor de transitie naar een circulaire economie.
De kracht van papier en karton in de afvalfase is recycling. Met recyclingpercentages van 82% (niet-verpakkingen) en 89% (verpakkingen) behoort Nederland tot de Europese top! Oudpapier is een waardevolle grondstof, met een bewezen sterke inzamelstructuur, waar de kosten van inzameling en recycling meer dan gedekt worden door de opbrengsten van het gerecyclede oudpapier. Hoogwaardige recycling van papier en karton is al jaren een voorbeeld van een circulaire kringloop waar Nederland trots op mag zijn.
Het concept CMP gaat echter voorbij aan de bestaande circulariteit van de papierketen. In het CMP wordt oudpapier en karton als vanouds met een afvalbril bekeken. Hierdoor is onvoldoende aandacht voor de circulaire kansen die oudpapier- en karton als secundaire grondstof biedt.
In het plan ontbreekt de ambitie om meer te sturen op brongescheiden inzameling. In plaats daarvan wordt nascheiding als dé oplossing voor verdere circulariteit verkend, terwijl nagescheiden oudpapier helemaal niet door de papierindustrie verwerkt mag worden. Bovendien vormt het CMP een risico voor het goed functioneren van de papierketen door gerecycled papier en karton als potentiële afvalstof aan te merken.
Hierbij kort onze opmerkingen op het CMP-ontwerp, zoals verwoord in de zienwijze van PRN:
Afvalstof of product?
Er is onvoldoende zekerheid om te handelen met het label ‘einde afval.’ De juridische status van het verhandelde materiaal, afval of grondstof, blijft namelijk onzeker. PRN wil daarom voorstellen om de houders van oudpapier en -karton de optie te geven het bevoegd gezag te verzoeken een besluit te nemen. Dat geeft de nodige rechtszekerheid. Alternatief is dat er in overleg met de relevante branches nationale criteria opgesteld worden voor Einde Afval voor oudpapier en -karton.
Uit het CMP valt op te maken dat gerecycled oudpapier niet automatisch de afvalstatus verliest. Met andere woorden, er wordt verondersteld dat Nederlandse papierfabrieken afval produceren.
PRN vindt dit problematisch om de volgende redenen:
PRN stelt daarom voor het CMP in lijn te brengen met de maatschappelijke praktijk dat oudpapier en -karton dat gerecycled is in nieuw papier en karton, de afvalstatus verliest.
Zorgplicht gemeenten
In onze optiek zijn gemeenten uitstekend in staat om de inzameling van oudpapier lokaal te organiseren. Die verantwoordelijkheid zou in stand moeten blijven en de plicht om te zorgen voor bronscheiding van papier en karton zou verduidelijkt moeten worden.
Prikkel tot verbranding past niet bij een circulair gedachtegoed
Kwaliteit van recyling en vermindering van het grondstoffengebruik (één van de uitgangspunten van de circulaire economie) heeft geleid tot de volgende definitie van hoogwaardige recycling:
‘De vorm van recycling waarbij het materiaal zoveel mogelijk en met een zo hoog mogelijke kwaliteit over zoveel mogelijk cycli in een materiaal of productketen wordt gehouden.’
PRN kan zich vinden in deze definitie van hoogwaardige recycling maar vindt het een misvatting in het CMP dat ingezameld oudpapier en -karton met 2% productvreemde vervuiling en/of 12% vocht niet meer gerecycled zou kunnen worden.
In de praktijk wordt dit oudpapier namelijk gezuiverd en gesorteerd zodat het voldoet aan de strenge acceptatiecriteria van de papierindustrie. PRN vindt het daarom ongewenst dat waardevol oudpapier verbrand zou mogen worden terwijl het prima geschikt kan worden gemaakt voor de afzetmarkt. Verbranding past niet bij een circulair gedachtegoed. Het CMP zou op deze manier onbedoeld een perverse prikkel tot verbranding kunnen geven. PRN stelt voor dat I&W de gestelde norm herziet zodat alleen werkelijk vervuild oudpapier verbrand mag worden.
Bronscheiding: de enige juiste weg naar een circulaire economie
In het CMP wordt nascheiding genoemd om een circulaire oudpapier- en kartonketen dichterbij te brengen. PRN vindt dit onbegrijpelijk. Nagescheiden oudpapier kan en mag namelijk niet ingezet worden in het papierrecyclingproces. Verwerkingsopties buiten de reguliere papierketen zijn van onvoldoende schaalgrootte om een oplossing te zijn.
Volgens PRN is stimuleren van bronscheiding de enige kansrijke weg naar een circulaire economie waarin de kwaliteit van secundaire grondstoffen essentieel is. Bovendien is bronscheiding vele malen goedkoper en effectiever. Oudpapier en -karton heeft een bewezen en gezonde afzetmarkt.
Heffing eerste kwartaal 2025
Het Algemeen Bestuur van de Stichting Verwijderingsfonds (SVF), de financiële tak van het PRN-systeem, heeft het tarief voor de jaarlijkse heffing vastgesteld. Dankzij zorgvuldige kostenbeheersing heeft het bestuur het tarief op basis van de begroting voor 2025 gelijk kunnen houden aan dat van 2024, te weten € 3,00 per 1.000 kg. Het bestuur heeft echter besloten om het tarief éénmalig te verlagen met € 0,50 gezien het positieve exploitatieresultaat over 2023 en aanwezige reserves. Het tarief voor de jaarlijkse heffing is daarom vastgesteld op € 2,50 per 1.000 kg nieuw op de markt geplaatst / geïmporteerd papier en/of karton voor niet-verpakkingen (exclusief btw).
PRN en het PRN-systeem
Producenten en importeurs die papieren en kartonnen producten op de markt zetten, zijn verantwoordelijk voor het afvalbeheer daarvan. Gemeenten en bedrijfsleven werken samen om jaarlijks minimaal 75% van de op de markt gebrachte niet-verpakkingen van papier en karton te recyclen. In het Papiervezelconvenant zijn hierover afspraken gemaakt. Met het convenant zorgen de papier- en kartonketen en de gemeenten voor een goed en altijd functionerend recyclingsysteem. 82% van het in Nederland op de markt gebrachte papier en karton wordt ingezameld en hergebruikt.
PRN geeft uitvoering aan de afspraken uit het Papiervezelconvenant. Doelstelling van PRN is om de inzameling en het hergebruik van oudpapier continu op een zo hoog mogelijk niveau te houden en te stimuleren. PRN meet de recycling van niet-verpakkingen en rapporteert daarover aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. PRN biedt daarnaast een garantie voor het geval dat de recyclingmarkt niet optimaal functioneert. Het PRN-systeem is door de overheid verplicht gesteld door middel van een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV).
Aan het PRN-systeem zijn kosten verbonden, de operationele kosten van PRN en SVF, deze kosten worden aan de eerste ontvangers van papier en karton, niet zijnde verpakkingen, in rekening gebracht (de recyclingbeheerbijdrage).
Verplichte bijdrage
Eerste ontvangers van papier en karton, niet zijnde verpakkingen, zijn verplicht de recyclingbeheerbijdrage door te berekenen aan hun afnemers. Bedrijven die hun papier in Nederland inkopen bij de papiergroothandel betalen de recyclingbeheerbijdrage via de factuur van deze groothandel. De andere bedrijven ontvangen een factuur van SVF en betalen de recyclingbeheerbijdrage in 2025. Ter voorkoming van misverstanden: deze recyclingbeheerbijdrage voor papier en karton heeft niets te maken met de afvalbeheerbijdrage van Stichting Verpact (zie: www.verpact.nl).

Oudpapier wordt nieuwe papier en karton. Hoe verloopt de papierkringloop eigenlijk, waarom is de kwaliteit van het ingezamelde oudpapier zo belangrijk en wie zijn er dagelijks betrokken bij recycling?
Onze volledig nieuwe brochure: ‘De Kringloop van papier en karton.’ geeft u een kijkje in de recyclingwereld van oudpapier en -karton).
Daarnaast leest u ook meer over de uitvoering van producentenverantwoordelijkheid voor niet-verpakkingen van papier en karton door Papier Recycling Nederland.
PRN wenst u veel leesplezier. Mocht u na het lezen van deze brochure vragen en/of opmerkingen hebben, neemt u dan contact met ons op via: helpdesk@prn.nl. Wij zijn u graag van dienst.
In 2023 is 82% van alle niet-verpakkingen van papier en karton die op de markt zijn gezet, ingezameld en gerecycled. Dit is berekend door Stichting Papier Recycling Nederland, die uitvoering geeft aan de producentenverantwoordelijkheid voor niet-verpakkingen van papier en karton. Niet-verpakkingen van papier en karton zijn bijvoorbeeld boeken, tijdschriften, folders, bijsluiters, kopieerpapier en toiletpapier.
Het hoge percentage laat zien dat het merendeel van het papier en karton gescheiden en schoon en droog wordt ingezameld. Zo kan er nieuw papier en karton van gemaakt worden. Het is positief om te zien dat Nederlanders en het bedrijfsleven hun bijdrage blijven leveren aan een circulaire economie.